Mechelen

En toen lieten de Duitsers in Hombeek halsoverkop hun vliegtuigen achter: Gust (97) bewaart deze propeller als een goudklompje

LV
Lena Vandenberghe
Hoofdredacteur
·9 juli·donderdag 9 juli 2026·5 min lezen

En toen lieten de Duitsers in Hombeek halsoverkop hun vliegtuigen achter: Gust (97) bewaart deze propeller als een goudklompje

In de living van Gust Keuleers hangt een stuk geschiedenis dat de meeste Mechelaars niet kennen. De 97-jarige Hombekenaar koestert er een propeller van maar liefst 276 centimeter breed, waarschijnlijk afkomstig van een Fokker-dubbeldekker uit de Eerste Wereldoorlog. "Dat ze met die houten latten de lucht in konden", zegt hij, nog altijd vol verbazing. Het object verbindt hem rechtstreeks met een episode die zelfs de meeste lokale geschiedenisliefhebbers niet kennen: het bestaan van een volwaardig Duits militair vliegveld midden in het kleine Hombeek, vlak bij Mechelen, waar op het einde van de Grote Oorlog maar liefst 42 vliegtuigen stonden opgesteld.

Een vliegveld tussen de maisvelden

Wie vandaag over het Middenveld in Hombeek wandelt, ziet er weinig meer dan schapen, koeien, paarden en uitgestrekte maisakkers. Het terrein, ingesloten tussen de Zemstseweg, de Dries, de Houtestraat, de Kattestraat en de Bankstraat, grenst aan wat vroeger de jongensschool was en nu bekendstaat als de Esdoornschool. Niets in dit vredige landschap verraadt dat hier ooit militaire vliegtuigen opstegen en landden. Toch is er nog net één overblijfsel dat naar die bewogen periode verwijst: een gedenkbord iets verderop richting Zemst, langs de Heiweg, vlak bij de Poreistraat. Al werd dat bord niet geplaatst ter herinnering aan het vliegveld zelf, maar wel aan de plantkundige Rembert Dodoens, die in de zestiende eeuw geregeld door deze streek wandelde op weg naar het bos dat nu zijn naam draagt.

Theo Slachmuylders, een 77-jarige bewoner van het nabijgelegen 'Het Laatste Huis', kent de geschiedenis van het vliegveld als geen ander. Hij gidst regelmatig groepen doorheen Hombeek en vertelt daarbij ook over het militaire verleden van het Middenveld. "Als ik over het vliegveld begin, reageren mensen altijd verbaasd", zegt hij. "Ze luisteren dan heel aandachtig. Dat verwachten ze hier echt niet." Zijn eigen familie had trouwens eigendommen op en rond de bewuste plek. Een neef van zijn vader bezat gronden waar nu het assistentiecomplex Longaevitas staat. Die gronden maakten ooit deel uit van een lappendeken van kleine boerderijen, waar alles nog met de hand en met paard en kar werd gedaan.

Dwangarbeid en geplunderde vliegtuigen

De aanleg van het vliegveld ging allesbehalve vriendelijk in zijn werk. Om het terrein geschikt te maken voor militaire luchtvaart, dwongen de Duitse bezetters lokale handarbeiders om de gronden te effenen en grachten te dempen. Gewassen die er stonden werden gewoon omgeploegd. De boeren die hun grond zagen verdwijnen onder de militaire infrastructuur, hadden daar uiteraard geen enkel zeggenschap over. Bovendien kregen ze er ook niets voor terug. Dat wrok en frustratie diep zaten bij de plaatselijke bevolking, laat zich raden. Tegelijk wist niemand hoe lang de bezetting nog zou duren of wat de toekomst zou brengen.

Die toekomst openbaarde zich in november 1918, toen de Wapenstilstand een einde maakte aan vier jaar oorlog. Voor de Duitsers in Hombeek betekende dat een plotse en chaotische aftocht. Ze lieten hun vliegtuigen halsoverkop achter op het Middenveld, zonder ze behoorlijk te beveiligen of te vernietigen. Wat volgde was voorspelbaar: de plaatselijke bevolking, onder wie ook boeren die hun gronden hadden zien confisqueren, trok massaal naar het verlaten vliegveld om te nemen wat ze konden. Hout, metaal, onderdelen, wat bruikbaar leek werd meegenomen. Het was de informele maar begrijpelijke revanche van mensen die jaren hadden moeten dulden en zwijgen.

Opvallend en tegelijk verontrustend was wat er tijdens die plundering gebeurde. Een Duitse piloot zou zelfs ná de officiële Wapenstilstand nog schoten hebben gelost op de menigte die het vliegveld bestormde. Of dat uit paniek, frustratie of een misplaatst plichtsgevoel gebeurde, is niet helemaal duidelijk. Wat wel vaststaat, is dat de chaos compleet was en dat het vliegveld in korte tijd grondig werd leeggehaald.

Een propeller als familiestuk

De vader van Gust Keuleers was een van de mensen die die dag naar het Middenveld trok. Hij nam een propeller mee, een houten exemplaar van imposante afmetingen. Vermoedelijk behoorde die toe aan een Fokker-dubbeldekker, het type vliegtuig dat de Duitsers in die periode veelvuldig inzetten. Dat stuk belandde bij de familie Keuleers thuis en bleef er generaties lang hangen. Intussen is Gust zelf 97 jaar oud en nog altijd in het bezit van dit bijzondere erfstuk. Voor hem is het meer dan een curiosum, het is een tastbare herinnering aan een periode die hij weliswaar als klein kind meemaakte, maar die zijn familie diep heeft gevormd.

"Dat ze met die houten latten de lucht in konden", herhaalt hij met stille bewondering. Die verwondering zegt veel. Voor een jonge generatie zijn vliegtuigen een vanzelfsprekendheid, maar voor wie opgroeide in het begin van de twintigste eeuw was gemotoriseerde luchtvaart nog iets bijna buitenaards. Dat die propeller nu nog altijd intact is, bijna een eeuw later, maakt hem tot een zeldzaam tastbaar relict van een lokale geschiedenis die dreigt te vervagen.

Wat Hombeek verdient: een blijvende herinnering

Voor Mechelen en zijn deelgemeenten is het verhaal van het vliegveld in Hombeek meer dan een historische anekdote. Het toont hoe de Eerste Wereldoorlog niet alleen aan het front werd gevoeld, maar ook diep doordrong in het alledaagse leven van gewone mensen in kleine dorpen. Boeren die hun grond verloren, handarbeiders die gedwongen werden te werken voor een bezetter en families die na de bevrijding naar het verlaten vliegveld trokken om iets terug te pakken van wat hun was afgenomen. Dat zijn verhalen die verteld verdienen te worden.

Theo Slachmuylders doet dat al jaren als vrijwillige gids, en ook Gust Keuleers draagt zijn steentje bij door zijn propeller te bewaren en er met bezoekers over te praten. Ondertussen blijft de vraag of Hombeek en Mechelen dit verhaal een permanentere plek kunnen geven in het collectieve geheugen. Een infobord specifiek over het vliegveld, of een vermelding in het erfgoedbeleid van de stad, zou al een begin zijn. Want zolang er mensen zijn zoals Gust, die een 276 centimeter brede propeller als een goudklompje koesteren, leeft de geschiedenis verder. Maar die mensen worden steeds zeldzamer, en met hen dreigen ook de verhalen te verdwijnen.

#Mechelen#Zemst
Deel dit artikel
FacebookWhatsApp