Mechelen groeit van 16.500 naar meer dan 20.500 stadsbomen, maar schepen Princen begrijpt de kritiek: "Iedereen ziet liever grote bomen in volle grond dan in een plantenbak"
Een rij verplaatsbare bomen in bakken, voorzien van zitbanken en een beetje schaduw op een warm plein. Het zogenaamde 'Wandelend Bos' op de Mechelse Veemarkt wekt al een tijdje gemengde reacties op bij de inwoners van de stad. Terwijl de ene Mechelaar het initiatief toejuicht als een frisse verademing in een steeds drukker stadscentrum, ziet de andere er niet meer in dan een cosmetische ingreep die de werkelijke oorzaak van hittestress en verharding niet aanpakt. Schepen van Openbare Werken en Biodiversiteit Patrick Princen reageert nu op die kritiek, en hij doet dat met een indrukwekkende reeks cijfers in de hand.
Een wandelend bos als experiment, niet als eindpunt
Het Wandelend Bos op de Veemarkt is geen permanent groenproject in de klassieke zin van het woord. De installatie bestaat uit een reeks boom- en plantenbakken die bewust verplaatsbaar zijn ontworpen, zodat ze kunnen worden verzet wanneer de zaterdagmarkt of evenementen zoals het Holi Festival dat vereisen. Dat flexibele karakter is voor sommige Mechelaars net het struikelblok: het voelt aan als tijdelijk lapmiddel terwijl de stad volgens hen op andere plekken gewoon blijft verharden en bebouwen.
Princen snapt die redenering, maar nuanceert ze meteen. "Iedereen ziet liever grote bomen in volle grond dan in een plantenbak", geeft hij toe. "Dat is ook mijn ideaalbeeld. Alleen is dat op een plek zoals de Veemarkt nu gewoon niet haalbaar. Onder het plein bevindt zich een ondergrondse parking, en een volledige heraanleg van zo'n locatie kost al snel vele miljoenen euro's. Dan vind ik het beter om nu al te zorgen voor schaduw, verkoeling en meer biodiversiteit, in plaats van nog tien of vijftien jaar te wachten tot er misschien budget en plannen zijn voor iets groters."
Bovendien kadert het project in het Europese Green Dense-programma, waarbij Mechelen bewust kiest voor een experimentele aanpak. Het idee is niet alleen om verkoeling te bieden, maar ook om te leren. Tijdens de recente hittegolf bleek de installatie haar nut te bewijzen: mensen zochten er schaduw op, wachtten er aangenamer op de bus en het plein werd merkbaar drukker gebruikt dan anders. "Die ervaringen helpen ons om te bepalen waar we in de toekomst permanente bomen en groen het best kunnen voorzien", aldus Princen. "Het is dus geen eindpunt, maar een leertraject."
Van 16.500 naar meer dan 20.500 stadsbomen
De schepen countert ook de bredere bewering dat Mechelen een stad is die stelselmatig verder verhardt. Hij wijst daarvoor op een reeks concrete cijfers en projecten die de voorbije jaren werden gerealiseerd. De stad evolueert van ongeveer 16.500 naar meer dan 20.500 stadsbomen, een toename die hij omschrijft als het resultaat van een structureel en doordacht beleid, geen toevallig bijproduct van een of twee heraanlegprojecten.
Opvallend is de lijst van locaties waar vergroening al zichtbaar werd doorgevoerd. De IJzerenleen, de Onze-Lieve-Vrouwestraat, de Vesten en projecten in het Groot Begijnhof en de Heihoek worden daarbij als concrete voorbeelden aangehaald. Intussen wordt ook bij grotere stadsontwikkelingsprojecten zoals Keerdok, Ragheno en Komet ingespeeld op een groenere invulling dan bij vroegere projecten het geval was. "Wie zegt dat Mechelen alleen maar verhardt, kijkt niet naar het volledige plaatje", stelt Princen resoluut. "De realiteit is dat we de voorbije jaren tientallen kleine en grote onthardingsprojecten hebben gerealiseerd, en dat we dat ook verder blijven doen."
Tegelijk legt hij uit waarom er minder bloemmanden en plantentorens in het straatbeeld te zien zijn dan vroeger. Die keuze is bewust: de stad wil de beschikbare middelen liever inzetten voor blijvende, structurele vergroening dan voor seizoensgebonden decoratie die elk jaar opnieuw moet worden aangekocht en onderhouden. Enkel het budget voor beplanting dit jaar al bedraagt 465.000 euro, een bedrag dat volledig gaat naar duurzame groeninvesteringen.
Wat betekent dit voor de Mechelaar?
Voor de gewone Mechelaar is de discussie rond het Wandelend Bos meer dan een debat over plantenbakken. Ze raakt aan een fundamentele vraag over hoe de stad omgaat met de toenemende hitte, de druk op de openbare ruimte en de leefbaarheid van het stadscentrum op de lange termijn. Meer dan 20.500 stadsbomen klinkt als een forse stap vooruit, maar inwoners die dagelijks door de stad fietsen of wandelen begrijpen ook dat cijfers niet altijd overeenkomen met wat je ziet en voelt op straat.
Princen erkent dat spanning. Hij belooft dat de experimenten met verplaatsbare groenelementen niet het eindverhaal zijn, maar bouwstenen voor een ambitieuzer plan. Bij nieuwe projecten worden bovendien strenge normen opgelegd inzake ontharding en vergroening, waarbij minstens de helft van de ruimte groen moet worden ingevuld. De komende jaren zal moeten blijken of die ambities ook daadwerkelijk standhouden wanneer bouwpromotoren en budgettaire realiteiten aan tafel zitten. De Mechelaar houdt het alvast goed in de gaten.